Zoomfunctie

Moeite met het lezen van de tekst? Vrijwel alle populaire browsers geven u controle over hoe groot websites worden weergegeven.
  • Windows
    Mac OS
  • Zoom in
  • Zoom uit
  • Zoom 100%
  • Muiswiel op / neer
Samen werken aan diergezondheid
Volg ons op...

Het is aan te bevelen om besmette en verdachte paarden te scheiden van de rest van de groep. De eerste twee tot drie dagen na het begin van de koorts worden nog geen bacteriën uitgescheiden, waardoor snelle isolatie van een paard met koorts verdere verspreiding kan voorkomen. Ook worden paarden ernstiger ziek en vertonen ze vaker complicaties wanneer ze langere tijd in contact zijn geweest met paarden die de bacterie in hoge concentraties (via open abcessen) uitscheiden. Na het scheiden van de paarden is het belangrijk om voor de verschillende groepen aparte materialen te gebruiken. Zet voor beide groepen verschillend personeel in, of werk in ieder geval eerst in de ‘schone groep’ en dan pas in de besmette groep.

In Engeland wordt bij verdenking van droes gewerkt met de STEPS-methode (Strategy to eradicate and prevent Strangles). Deze bestaat uit vijftien stappen, waarvan de volgende het belangrijkst zijn:

  1. Deel de paarden op in drie groepen: rood, oranje en groen.
    Rood: paarden met klinische symptomen van droes.
    Oranje: paarden zonder symptomen van droes die direct of indirect contact hebben gehad met de rode groep.
    Groen: paarden zonder symptomen van droes die geen (in)direct contact hebben gehad met de rode en oranje groep.
  2. Het is handig om ook alle materialen te voorzien van een label met de kleurcode. Zet indien mogelijk per kleurgroep apart personeel in, of werk in ieder geval van groen naar rood.
  3. Voer tijdens de uitbraakperiode geen paarden aan of af. Het bedrijf dient vier tot zes weken gesloten te blijven nadat de laatste klinische verschijnselen gezien zijn.
  4. Licht de paardeneigenaren in over de uitbraak en de noodzaak van de maatregelen.
    Verplaats dieren uit de oranje groep die plotseling toch symptomen vertonen direct naar de rode groep.
    Wegens mogelijk dragerschap mogen paarden uit de rode groep pas vrij van droes verklaard worden nadat in een luchtzakspoeling of in drie neusswabs/neusspoelingen geen droes is aangetoond.
  5. Een aantal weken na de uitbraak kunnen paarden uit de oranje en groene groep onderzocht worden op antistoffen om vast te stellen of ze besmet zijn geraakt tijdens de uitbraak. Als antistoffen worden aangetoond, is het zaak deze dieren te onderzoeken op uitscheiding en dragerschap.

Verder is het van belang om onderscheid te maken tussen verschillende bedrijfstypen, er is geen bedrijf hetzelfde. Droesbeheersplannen en adviezen voor een opfokbedrijf en een manege of pensionstal verschillen in diverse opzichten. GD werkt er hard aan om dergelijke plannen verder te ontwikkelen en te optimaliseren in samenspraak met dierenartsen in het veld.

Er is in Europa één vaccin beschikbaar voor droes: Equilis StrepE. Dit beschermt paarden niet volledig, maar bij een uitbraak zijn de symptomen duidelijk minder dan bij paarden die niet gevaccineerd zijn en/of die nooit eerder in aanraking zijn gekomen met droes. Het vaccin is drie maanden werkzaam, daarna zijn hervaccinaties nodig om de werking te waarborgen. Wel is het mogelijk om reeds eerder gevaccineerde en nog niet zieke paarden tijdens een uitbraak een ‘boostervaccinatie’ te geven die snel immuniteit opwekt.

Behandeling van droes

Paarden met abcessen krijgen doorgaans geen antibiotica omdat dit slechts de rijping van de abcessen vertraagt. Deze dieren laat men vaak uitzieken, waarna de abcessen na doorbreken worden gespoeld. In geval van ernstig zieke dieren met bijvoorbeeld ademhalingsproblemen gebeurd dit echter wel en worden de paarden meestal in een kliniek behandeld, waar de specialist bijvoorbeeld de abcessen onder echobegeleiding opent en bij ernstige benauwdheid een tracheotomie (luchtpijpsnede) uitvoert. Bij dragerdieren bestaat de behandeling uit een luchtzakspoeling, indien nodig verwijdering van (opgedroogde) pus en kalkstenen en eventueel het lokaal toedienen van penicilline.