Zoomfunctie

Moeite met het lezen van de tekst? Vrijwel alle populaire browsers geven u controle over hoe groot websites worden weergegeven.
  • Windows
    Mac OS
  • Zoom in
  • Zoom uit
  • Zoom 100%
  • Muiswiel op / neer
Samen werken aan diergezondheid
Volg ons op...

Rotkreupel is een besmettelijke tussenklauwhuidaandoening bij schaap en geit die met ondermijning van het klauwhoorn gepaard gaat. De aandoening begint met een ontsteking van de tussenklauwhuid. Rotkreupel wordt veroorzaakt door een samenspel van de twee bacteriƫn Dichelobacter nodosus en Fusobacterium necrophorum. Dichelobacter nodosus is de eigenlijke rotkreupelbacterie. Het is een ziektekiem die zich alleen kan vermenigvuldigen onder zuurstofarme omstandigheden op de klauwhuid. Buiten het dier blijft de bacterie slechts enkele dagen tot hooguit twee weken in leven. Fusobacterium necrophorum behoort tot de normale darmflora van het schaap en is dus altijd aanwezig in de omgeving van schapen.

Gevolgen/ verschijnselen

De verschijnselen kunnen enorm uiteenlopen. Sommige schapen kunnen drager zijn van de rotkreupelbacterie zonder dat ze zelf verschijnselen vertonen. Als rotkreupel op een bedrijf komt is het eerste symptoom kreupelheid van meerdere dieren in het koppel. In het begin is een milde ontsteking van de tussenklauwhuid aanwezig. In een later stadium kan ondermijning van de hoornwand optreden. Het aangedane klauwtje voelt warm aan en is vaak erg pijnlijk. Het schaap loopt kreupel of graast soms op de voorknieƫn. Door de ophoping van ontstekingsvocht en vervallen weefsel ontstaat vaak een typische geur. De kreupele schapen eten vaak minder en de conditie neemt af. Ook de melkproductie van zogende ooien neemt af. Zeker in een koppel schapen met jonge lammeren kan de schade als gevolg van groeiachterstand erg groot zijn.

Vergelijkbare aandoeningen

Een door F. necrophorum veroorzaakte tussenklauwhuidontsteking is niet te onderscheiden van beginnende rotkreupel. Bij alle kreupelheden moet de mogelijkheid van een rotkreupelinfectie in het achterhoofd gehouden worden. Ook mond en klauwzeer kan ontschoening geven. Soms ontstaat verwarring met ecthyma.