Zoomfunctie

Moeite met het lezen van de tekst? Vrijwel alle populaire browsers geven u controle over hoe groot websites worden weergegeven.
  • Windows
    Mac OS
  • Zoom in
  • Zoom uit
  • Zoom 100%
  • Muiswiel op / neer
Samen werken aan diergezondheid
Volg ons op...

​De ziekte coccidiose wordt veroorzaakt door de parasiet Eimeria, deze parasiet is algemeen aanwezig en overleeft in de omgeving in een vorm (oöcyst genoemd) die zeer bestand  is tegen omgevingsinvloeden. Oöcysten kunnen na weken (in de mest) of maanden (in aarde) nog steeds infectieus zijn.

Alhoewel er dikwijls  over coccidiose gesproken wordt is deze term eigenlijk een verzamelnaam van vijf verschillende ziektebeelden die elk door een andere Eimeria soort (Eimeria acervulina, E. brunetti, E. maxima, E. necatrix en E. tenella) worden veroorzaakt. Daarnaast zijn er nog twee Eimeria soorten (E. mitis en E. praecox) die in de regel niet als ziekte herkend worden maar wel schade bij pluimvee kunnen veroorzaken. Vrijwel alle koppels maken een vorm van coccidiose door. De meeste kippen komen op jonge leeftijd met verschillende coccidiose soorten in aanraking en zijn daarna voor deze soort de rest van hun leven beschermd. Echter, indien een (opfok)bedrijf vrij is van een bepaalde Eimeria soort dan is het mogelijk dat de kippen na overplaatsen op het productiebedrijf alsnog de coccidiose infectie van deze soort doormaken. Ook bij een sterke vermindering van de weerstand kan coccidiose weer de kop op steken.

E.acervulina wordt bij nagenoeg alle (opfok)koppels gevonden vanaf week 2-3 en veroorzaakt een relatief milde darmstoornis. De dieren lopen een (geringe) groeivertraging op en vaak is er geen sprake van zieke koppels. Incidenteel worden dunne mest en bolzitten gedurende meerdere dagen gezien.

E. maxima wordt bij alle diertypen gezien vanaf ongeveer week 3-4. Bij vleeskuikens lijkt iets minder dan de helft van de koppels de infectie door te maken. Doorgaans  is de infectie mild en veroorzaakt  groeiachterstand door verminderde vertering. In ernstige gevallen kan  E. maxima bloedingen in de dunne darm veroorzaken waardoor de kippen sterk vermageren, bleek worden, hun veren opzetten en soms sterven. E. maxima is ook van belang in verband met een verhoogd risico op de ontwikkeling van Necrotiserende Enteritis.

E. tenella komt bij alle pluimveesoorten voor en wordt in bijna een derde van de vleeskuikenkoppels gevonden vanaf de 4e levensweek. E. tenella veroorzaakt een bloederige ontsteking van de blinde darm, het gevolg hiervan is vergelijkbaar met een ernstige E. maxima infectie: dieren worden lusteloos, bleek en sterven snel. De uitval kan ook bij  een “lichte” E. tenella infectie oplopen.

E. brunetti  komt niet vaak bij vleeskuikens voor maar wel bij opfokdieren na 6 weken leeftijd of bij productiedieren. Het ziektebeeld is meestal mild en gaat gepaard met diarree.

E. necatrix wordt  met name tijdens de opfok gezien op 9 – 14 weken leeftijd of bij productiekoppels na aankomst op het legbedrijf. Geïnfecteerde dieren vermageren sterk en hebben waterige, bloederige en/of slijmerige mest. Ze worden bleek en kunnen aan de infectie sterven. De uitval kan in sommige gevallen oplopen tot 25%.

E. praecox en E. mitis veroorzaken over het algemeen haast geen klinische ziekteverschijnselen maar wel een groeiachterstand. In hoeverre ze in de Nederlandse pluimveehouderij voorkomen is onbekend omdat de diagnosemethodieken hierin te kort schieten.

Sinds kort is er een Polymerase Chain Reaction (PCR) techniek waarmee deze soorten prima onderscheiden en aangetoond kunnen worden.

De ernst van de ziekte is doorgaans  afhankelijk van de infectiedruk, als kippen met een laag aantal oöcysten worden geïnfecteerd treed veelal geen klinische ziekte op. Wel is coccidiose in dergelijke gevallen een risicofactor voor het ontstaan van aspecifieke darmstoornissen. Loopt de infectiedruk uit de hand, bijvoorbeeld door onvoldoende hygiënemaatregelen of resistentie tegen anticoccidiosemiddelen dan kan een ernstige ziekte optreden. Eimeria is  soort- en plaats specifiek en bovenstaande soorten infecteren alleen kippen en zijn daarom geen gevaar voor ander (pluim)vee of mensen.