Zoomfunctie

Moeite met het lezen van de tekst? Vrijwel alle populaire browsers geven u controle over hoe groot websites worden weergegeven.
  • Windows
    Mac OS
  • Zoom in
  • Zoom uit
  • Zoom 100%
  • Muiswiel op / neer
Samen werken aan diergezondheid
Volg ons op...

Progressieve Atrofische Rhinitis (PAR) is een ontsteking van de neus. Hierdoor worden de neusschelpen aangetast, die vervolgens geheel of gedeeltelijk verdwijnen. Ook het neustussenschot wordt aangetast. Dit resulteert in een afwijkende neusvorm (korte, rimpelige, scheve neuzen). Als gevolg van deze aandoening is de “filterwerking” van de neus (sterk) verminderd, waardoor schadelijke stoffen en gassen gemakkelijker in de longen kunnen komen.
Verschijnselen
De aandoening kenmerkt zich door proesten, niezen, bloedneuzen, traanstrepen en korte en/of kromme neuzen. Als gevolg van de ontsteking nemen de varkens minder voer op en vermindert de groei.

Oorzaak

De Pm-bacteriën kunnen verdeeld worden in verschillende soorten. De soort die PAR veroorzaakt wordt ook wel Pm-plus genoemd en veroorzaakt een progressief verlopende AR (PAR).  De PAR veroorzakende Pm scheidt een gifstof uit, het DNT genoemd die de neusschelpen en neustussenschot van het varken aantast. Pm-plus kan bij varkens tot circa 2 jaar oud nog AR veroorzaken.
De Bordetella bronchiseptica bacterie komt zeer algemeen voor in de neus bij varkens en kan bij biggen tot circa zes weken aantasting van de neusschelpen veroorzaken. Het gif van de bacterie veroorzaakt in het algemeen slechts geringe afwijkingen aan de neus en geeft geen of weinig groeivertraging. Deze vorm van AR kan weer (ten dele) herstellen en is niet progressief.
Het gelijktijdige optreden van een Pm-plus en een Bb-infectie verergert het ziekteverloop meestal.
Naast bovengenoemde bacteriën speelt het management een belangrijke rol, in de vorm van klimaatbeheersing, leeftijdsscheiding, het naleven van strikt all-in all-out en de bezettingsgraad.
Besmettingsroute
Tussen bedrijven wordt de ziekte meestal overgebracht door besmette (opfok)varkens. Echter ook andere diersoorten, zoals konijnen, runderen, schapen, honden, katten, knaagdieren, vogels en de mens, kunnen drager zijn van Pm-plus en kunnen een besmetting op een bedrijf introduceren of in stand houden. Eenmaal binnen een bedrijf wordt de ziekte meestal verspreid via proesten en niezen, van varken naar varken.

Schade

De groeivermindering bij varkens is gerelateerd aan de mate van gifproductie door de genoemde bacteriën. Bij een laag infectieniveau is de groeivermindering klein; bij een ernstige infectie kan de groeivermindering bij een vleesvarken oplopen tot meer dan 100 gram per dier per dag. Ook lijden de besmette varkens vaker aan long- en borstvliesontstekingen, wat leidt tot de nodige kosten bij het slachtproces.
De behandelkosten bestaan uit het preventief behandelen van de biggen en het individueel behandelen van zieke varkens. Daarnaast zijn de vaccinatiekosten van de zeugen een steeds terugkerende kostenpost.

Gevolgen voor de mens

Onder mensen zijn kiemdragers aangetoond; de primaire bron is daarbij meestal terug te voeren op varkens met AR. De mens kan dan enige tijd functioneren als infectiebron voor de omgeving.