Zoomfunctie

Moeite met het lezen van de tekst? Vrijwel alle populaire browsers geven u controle over hoe groot websites worden weergegeven.
  • Windows
    Mac OS
  • Zoom in
  • Zoom uit
  • Zoom 100%
  • Muiswiel op / neer
Samen werken aan diergezondheid
Volg ons op...

Uitbraak rotkreupel "Je wilt zo snel mogelijk actie"

5-10-2017:  Met pijn in haar buik liep Sylvia Boshuizen-Galesloot halverwege 2014 de wei in. ‘Het zal toch niet’, dacht ze. Haar ooien liepen mank en het zag er niet goed uit. “Wat door mijn hoofd schoot, werd door de dierenarts bevestigd: rotkreupel.”

Op dat moment liepen er 120 ooien, de fokkoppel, rond. Bij de eerste keer bekappen bleek 80 procent aangetast. “Een heftige uitbraak”, vertelt ze. “Acht jaar eerder hebben we ook rotkreupelproblemen gehad, dus je bent er alert op. Je weet wat voor ellende het kan geven.” Daarom is ze samen met dierenarts Hans Gorter direct om tafel gaan zitten. “We hebben toen besloten om, samen met GD, een plan van aanpak te maken. Daar zit toch de actuele kennis op dit gebied. Met z’n drieën hebben we een plan opgesteld. Met zo’n grote koppel wil je het zo snel mogelijk goed voor elkaar hebben.”

Plan van aanpak

Volgens Sylvia begon het eigenlijk met een ‘dolle driedaagse’, waarbij met man en macht werd gewerkt om alle 120 ooien te behandelen. “Op dag 1 bekapten we om hoorn te verwijderen, en dus zonder bloedingen te veroorzaken, alle schapen, behandelden we ze met CTC-spray en kregen ze een injectie met langwerkend antibioticum.” Die injectie was volgens dierenarts Gorter noodzakelijk, omdat de uitbraak met alleen bekappen en sprayen niet onder controle te krijgen was. “Ik wilde alles aanpakken en heb alle adviezen daarom zo goed mogelijk opgevolgd”, vertelt Sylvia. “De messen en scharen waarmee bekapt werd heb ik tussendoor in spiritus laten staan, want ik wilde het risico van verspreiding via materialen niet nemen. Na het sprayen lieten we de dieren op schoon en droog beton opdrogen en daarna gingen ze naar schoon land. ’s Avonds heb ik het losse hoorn verwijderd en de loods waarin we hebben bekapt volledig schoongespoten.” 


Dag 2 verliep, op het bekappen na, hetzelfde. De hoeven zijn schoongemaakt en er is nogmaals behandeld met CTC. En ook op dag 3 passeerden alle 120 schapen de revue. “Na deze laatste dag heb ik alle schapen wederom op schoon land geplaatst.”

Deze driedaagse was niet alleen voor Sylvia, maar ook voor de schapen een uitputtingsslag. “Ik heb de schapen toen rust gegeven, want ze waren er niet goed aan toe.” Op dag 14 ging de behandeling verder. Alle schapen werden weer gecontroleerd. “Bekappen indien nodig, was het advies. Ook hebben er toen nog drie schapen die we nog niet helemaal vertrouwden opnieuw een langwerkend antibioticum gekregen. De rest zag er goed uit. Dan krijg je weer wat ademruimte.” Op dag 28 is dit wederom herhaald. 

Vaccineren

“Het omweiden en in de gaten houden bleek niet voldoende, dus toen is er besloten ook te gaan vaccineren”, laat Hans Gorter weten. “Na zes weken hebben we de dieren nog een vaccinatieboost gegeven en als onderdeel van het plan van aanpak is er na vier maanden en vervolgens na acht maanden nogmaals geënt.” Momenteel gaat het volgens Sylvia zo goed met de ooien, dat ze voor het eerst sinds de uitbraak heeft besloten niet te enten. “Het vertrouwen is weer terug. Ik houd het natuurlijk ontzettend goed in de gaten. Een maand geleden, voordat de rammen kwamen, heb ik alles weer een keer gepakt en bekapt. Ik wil zo min mogelijk bekappen, maar het helemaal niet doen durf ik nog niet. Ik wil er graag zicht op houden.”

Extra voorzichtig

Sylvia is naar eigen zeggen tegenwoordig nog voorzichtiger dan voorheen. “Niet alleen als het om bezoekers gaat, zij krijgen standaard bedrijfskleding en laarzen aan, maar ook als ik nieuwe dekrammen aanschaf. De fokkers kijken me soms raar aan, want ik ben er erg vroeg bij. In juli/augustus ga ik al kijken. Het is voor mij gewoon belangrijk dat ik een aantal weken de tijd heb om ze in quarantaine te zetten en in de gaten te houden hoe het gaat. Ooien schaf ik sowieso niet aan.” Ook vertelt ze dat ze haar dieren bij voorkeur op droog land laat lopen. “Bij een voerbak of mineralenemmer staan ze weleens op een drassige plek. Dat probeer ik te voorkomen. Ik verplaats de dieren veel, ze staan in kleine groepen en ik weid ze minimaal om de drie weken om.”